‘Wonder van Scheemda’ is een onaanzienlijk kreukelerwtje. Vrijwel niemand kent haar meer. Arïen Baken hield dit erwtje in stand, door het te gaan vermeerderen. Eikemaheert heeft dat werk in 2014 van hem overgenomen en teelt nu zoveel, dat je het erwtje ook kunt eten.

Ariën, die al decennia in Groningen woont, is zoon van een pachtboer uit Noord-Holland. Hij was tot zijn pensionering in 2014 docent aan de Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden en eerder in Groningen. Toen Ariën dertien was, verhuisde het gezin naar de Noordoostpolder, waar zijn vader agrarisch medewerker werd. ‘Ik ben altijd van het gemengd bedrijf gebleven’, lacht Baken. ‘Landbouw, het landschap, milieu, agrarisch natuurbeheer, duurzaamheidsvraagstukken, recreatie, toerisme: ik kan het niet los van elkaar zien. Het is één geheel.’

Vergeten granen

Sinds zijn pensionering kan je Ariën vaak vinden op het kleine lapje grond dat biologisch boer Piet van Zanten in Garmerwolde hem ter beschikking stelde. Hij vermeerderde er voorheen al oude rassen uit zaden die bewaard werden bij De Oerakker, een stichting waarvan hij bestuurslid was. Vergeten regionale granen, zoals emmertarwe en Ommelander wintertarwe. Van Zanten zaaide die over zijn akkers uit. Bakkerij Staghouwer uit Leek-Tolbert en de consequente BioBakker uit Ahaus, Duitsland, bakten daar biologisch brood van.

Ongeschikt voor moderne landbouw

Deze tarwesoorten behoren tot de zogenoemde langstro-rassen: ongeschikt voor de moderne, gangbare landbouw. Kunstmest, maar ook overvloedige organische bemesting maakt ze veel te slap, waardoor ze omwaaien. Hun eigenschappen zijn uitstekend voor een andere, minder intensieve teeltwijze, doceert Ariën. ‘Deze planten hebben een goed wortelstelsel en lang stro, waar veel wind doorheen kan waaien. Ze worden daardoor minder snel ziek in vergelijking met moderne rassen waarbij de halmen en aren dicht op elkaar staan. Het bovenste blad van dergelijke granen – het vlagblad – is breed: het vangt daardoor veel zonlicht. Daardoor kan de Ommelander tarwe veel lichtenergie opvangen waarmee kooldioxide (CO2) wordt omgezet in koolhydraten.’

Erwt tussen oude cultuur en nieuwe toekomst

Anders dan granen zijn erwten, net als bonen, gemakkelijk te kruisen. Daardoor bestonden er vroeger veel lokale soorten erwten en bonen. ‘Je ziet het: dit is een kreukelerwt’, zegt Ariën, een Wonder van Scheemda tussen vinger en duim klemmend. ‘Of een erwt kreukt of niet hangt samen met het type zetmeel waaruit ze is samengesteld.’ Ook zetmeelverhoudingen in erwten en bonen verschillen. Dat maakt de ene soort melig en de andere zoeter of smakelijker. Voor Baken verbindt de erwt een oude cultuur met een nieuwe toekomst. Erwtenteelt verbetert de bodem van je akker of moestuin en voedt de bodem op een natuurlijke manier met stikstof.

Geen kunstmest nodig

‘Een erwt is een vlinderbloemige: een gewas dat, net als bonen, in staat is om krachtig te wortelen. Vlinderbloemigen hebben wortelknolletjes, waarin zij in samenwerking met rhizobium-bacteriën stikstof uit de lucht binden. De stikstof is nodig voor de groei van de plant, voor het assimilatieproces van CO2 uit de lucht. In de organische stof worden de koolstofverbindingen en de energie vastgelegd. Bonen en erwten waren in oude beschavingen ontzettend belangrijk. Zij verbeterden de bodemvruchtbaarheid. Nu hebben wij hier stikstof in de vorm van kunstmest. Maar in grote delen van de wereld hebben boeren geen geld voor stikstof kunstmest. Bovendien kost de productie van kunstmest energie. De voorraad fossiele energie is eindig. Zonnepanelen alleen wekken onvoldoende energie op om in de behoefte te voorzien. Duurzame biologische landbouw en gezonde voeding zal weer erwten en bonen nodig hebben.’

Goed voor gezondheid, landbouw en milieu

Ariën Baken kan het niet maken om dagelijks uitsluitend erwten en bonen te eten, want hij woont niet alleen. Als hij alleen was, zou hij het doen: de erwt verbindt het landschap en de bodem met zijn eigen gezondheid. ‘Uit gezondheidsoogpunt zijn erwten en bonen interessant, vanwege hun inhoudsstoffen en vitamines. Dat brengt direct met zich mee dat die inhoudsstoffen ook in de grond aanwezig moeten zijn.’ Zo’n erwtje biedt houvast om na te denken: hoe en welke producten verbouw je? Hoe zorg je dat natuurlijke cycli niet verstoord raken? ‘De stikstofkringloop en de koolstofkringloop zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Boeren en boerinnen, in Nederland nog slechts één procent van de beroepsbevolking, managen de stikstof- en de koolstof kringloop. Het is belangrijk dat méér mensen zich bewust worden van de samenhang.’ Door meer erwten en bonen te telen én te bereiden, is zijn overtuiging, kunnen we een begin maken met het verduurzamen van gezondheid, landbouw en milieu.

(Interview/foto: Angela Rijnen)